Sinds enige jaren heb ik de gewoonte op zondag naar een Bach-cantate te luisteren. Niet alleen voor de hemelse muziek, maar ook omdat ik de cantates als een soort mini-erediensten ervaar, die in vijftien tot dertig minuten een levensbeschouwelijk thema vanuit verschillende kanten belichten. Tegelijk hebben ze de dramatische spanning van een kleine opera.

Oorspronkelijk waren de cantates onderdeel van een Lutherse eredienst, opgebouwd rond bepaalde bijbelteksten uit een evangelie en een apostelbrief (afgestemd op de kalender van het kerkelijk jaar).
In dit kader fungeerde de canatet als soort samenvatting van het geheel, een pars pro toto, een operateske illustratie van het thema van de week.
(Andersom zou je die Lutherse dienst, met gebeden, psalmen, hymnes en een preek, samen ook weer als een soort grote cantate kunnen zien.)

Ik weet dat veel mensen de Johannes- en Matthaeus-passies bezoeken en volgen alsof het religieuze diensten zijn en ik begrijp dat heel goed. Ik denk dat hetzelfde gevoel ook bereikt kan worden door het beluisteren van een cantate, zeker als dat op de ‘juiste’ dag gebeurt.

Een ‘nadeel’ van een Bach-cantate als religieuze viering en levensbeschouwelijke bezinning is dat Bach’s invalshoek traditioneel Luthers is – dus Christelijk en ook nog eens een wat ouderwetse vorm van Christelijkheid.
De praktische ‘les’ van de cantates is dan ook niet, denk ik, dat we ze als kerkdiensten moeten gaan opvoeren. Ze kunnen ons echter wel inspireren tot een nieuwe vorm van korte viering, waarin een bepaald thema op verschillende wijzen wordt belicht.

Die korte viering, dat is het idee achter ‘Dagverlichting’.

Dagverlichting is een poging om wekelijkse thema’s niet alleen muzikaal te vertalen, maar ze te verwoorden en verbeelden middels een reeks van ‘kunsten’: muziek, poëzie, filosofie, mindfulness. En door een afwisseling van ritueel en ‘opvoering’, luisteren en activiteit, stilte en verklanking.

Dagverlichting begint met een soort van ‘schriftlezing’, maar dan niet uit de bijbel of een ander heilig boek, maar een aansprekend gedicht.
Daarna volgt een kleine ‘preek’, in de vorm van een kort bezinnend woord, gebaseerd op het voorgelezen gedicht. Vervolgens zijn we twee minuten stil, zodat iedereen de tijd heeft de vorige delen te verwerken. Tenslotte rondt een stuk instrumentale muziek of een lied het geheel kunnen af.
Duur: 15 tot 20 minuten.

In mijn optiek is het niet goed om een persoon de dienst als een soort spreekstalmeester te laten te presenteren, het geheel zou een collectief werkstuk moeten zijn waarin de opeenvolgende onderdelen elkaar automatisch opvolgen.

Anders dan bij Bach, die speelt met samenstelling en rangschikking van onderdelen (sinfonia/sonata, aria, recitatief, koor, koraal) denk ik dat de cantate-dienst gebaat zou zijn met bepaalde vaste onderdelen. In elk geval een ritueel ter opening en afsluiting. Muziek als laatste element. De bezinning na het gedicht. De stilte als een na laatste onderdeel.

Maar eerlijk gezegd kunnen dit soort keuzes beter in de praktijk worden gemaakt, na verschillende dingen te hebben geprobeerd. En hetzelfde geldt voor de bepaling van dag en uur: aan het begin van de week, aan het einde, in het midden? Voor de start van de werkdag, in de lunchpauze? We hebben nu, in overleg met de Stevenskerk, voor dinsdag 12.30 uur gekozen, maar of dat een geschikte dag en tijd is, moet in de praktijk blijken.
Dit soort zaken moeten zich langzamerhand uitkristalliseren.

Alleen zo kan Dagverlichting een ritueel worden.

Door: Toine